Lokauto-arrest

Een belangrijk arrest over de inzet van lokmiddelen is het Lokauto-arrest. In dit arrest worden de criteria uit het Lokfiets-arrest toegepast en dus bevestigd door de Hoge Raad.

Feiten lokauto-arrest

Op 10 maart 2006 was om 20.00 – met het oog op het grote aantal gepleegde inbraken uit auto’s - een personenauto op de Plantage Muidergracht in Amsterdam geplaatst. Op de auto zijn niet voor die auto afgegeven buitenlandse kentekenplaten bevestigd. In de auto zijn een mobiele telefoon en een dummy navigatiesysteem neergelegd, welke van buiten de auto zichtbaar zijn voor voorbijgangers. De politie heeft tegenover de auto een observatiepost geplaatst en bemand. Ongeveer twintig minuten nadat de lokauto is geparkeerd, vernielt de verdachte de ruit en neemt hij het navigatiesysteem weg. Hij wordt vervolgens aangehouden. In casu had de officier van justitie toestemming verleend voor de inzet van het lokmiddel.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde op 6 oktober 2009 over de rechtmatigheid van de inzet van de lokauto. Hij bepaalt dat ook het gebruik van een lokauto op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit niet op een specifieke wettelijke regeling. Hierbij verwijst hij naar het Lokfiets-arrest. Ook is in het onderhavige geval geen sprake van onrechtmatige plaatsing van een lokauto. Met toepassing van het Tallon-criterium komt de Hoge Raad tot de conclusie dat ‘(a) de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht, en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad neemt hierbij in aanmerking dat - naar volgt uit het verhandelde ter terechtzitting - de politie te dezen niet meer heeft gedaan dan het plaatsen van een onopvallende auto met daarin een mobiele telefoon en een (dummy van een) navigatiesysteem op een plek waar veel inbraken in of uit auto’s worden gepleegd, om vervolgens af te wachten wat er met de lokauto zou gebeuren (HR 6 oktober 2009, LJN BI7084 (Lokauto-arrest), r.o. 2.6.3).

Toepassing lokfiets criteria

In het Lokauto-arrest worden de criteria van de Hoge Raad, die in het Lokfiets-arrest zijn geformuleerd weer toegepast. Een verschil met het Lokfiets-arrest is echter dat in het Lokauto-arrest de lokfiets-criteria op een overtuigendere wijze worden toegepast. De auto was in casu namelijk niet te onderscheiden van andere auto’s. De auto viel niet meer op dan andere auto’s: de auto was niet op een opvallende plaats geparkeerd en was afgesloten. Hierdoor klopt het inderdaad dat de politie niet meer heeft gedaan dan het plaatsen van een onopvallende auto op een plek waar veel inbraken worden gepleegd. Het is natuurlijk wel de vraag hoe de Hoge Raad zou hebben geoordeeld als de auto bijvoorbeeld wel opvallend was geparkeerd. Zou de Hoge Raad dan het zelfde hebben geoordeeld als in de onderhavige zaak of toch hebben geoordeeld dat er dan wel sprake was van uitlokking?

Meer informatie lokmiddelen

Voor meer informatie over lokmiddelen kan je hier terecht. Het lokfiets-arrest vind je hier