Lokfiets-arrest

Visie Hoge Raad lokfiets

Een belangrijk arrest over ongerichte uitlokking en de inzet van lokmiddelen is het Lokfiets-arrest van de Hoge Raad. In dit arrest spreekt de Hoge Raad zich namelijk voor het eerst uit over de inzet van lokmiddelen. De politie had een grijze damesfiets bij de kaartjesautomaat bij de in/uitgang van het treinstation Deventer geplaatst. De fiets was niet op slot gezet. Een man stapt op de fiets en rijdt weg. Vervolgens wordt hij door de politie aangehouden. De vraag die in het arrest wordt beantwoord door de Hoge Raad is of de politie de man in kwestie onrechtmatig in de val heeft gelokt. Het gebruik van een lokfiets heeft namelijk geen expliciete wettelijke basis. Dit is volgens de Hoge Raad echter geen probleem. ‘Vooropgesteld moet worden dat het plaatsen door de politie van een zogenoemde lokfiets teneinde aldus fietsendieven op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling.’(HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers (Lokfiets-arrest), r.o. 2.3). De politie mag dus lokfietsen plaatsen volgens de Hoge Raad. De Hoge Raad toetst het gebruik van de lokfiets in casu aan het zogenaamde Tallon-criterium. Daarbij komt ons hoogste rechtscollege tot de conclusie dat ‘de verdachte door het plaatsen van de lokfiets niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht (HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers (Lokfiets-arrest), r.o. 2.4). De Hoge Raad onderbouwt zijn beslissing als volgt: volgens hem heeft de politie niet meer gedaan dan ‘het plaatsen van de desbetreffende fiets op een plek waar veel andere fietsen plegen te worden gestald en waar veelvuldig fietsen worden gestolen, om vervolgens af te wachten wat met de lokfiets zou gebeuren. De enkele omstandigheid dat die fiets niet was afgesloten, dwingt niet tot een ander oordeel (HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers (Lokfiets-arrest), r.o. 2.4).

Visie Advocaat-generaal lokfiets

Het is interessant dat de Advocaat-generaal Knigge anders tegen de zaak aankijkt. Volgens Knigge past een subjectieve invulling van het Tallon-criterium minder goed bij ongerichte vormen van uitlokking. Een subjectieve invulling van het Tallon-criterium betekent dat het accent wordt gelegd op de intenties van de uitgelokte persoon: was deze reeds gepredisponeerd tot het plegen van fietsendiefstal? Subjectieve factoren kunnen volgens Knigge bij vormen van ongerichte uitlokking als bijvoorbeeld het plaatsen van een lokfiets, bijna per definitie geen rol van betekenis spelen. Juist omdat de uitlokking ongericht is, kan het politieoptreden haar rechtvaardiging niet vinden in de kennis die de politie van te voren had over de intenties van de uitgelokte persoon. Het gaat in zo’n geval om achteraf bekend geworden informatie die de opsporingsmethode niet met terugwerkende kracht kan rechtvaardigen. Dit lijkt ook de reden te zijn voor Knigge om te stellen dat de waarborg dat een zorgvuldige afweging in het individuele geval door hooggeplaatste functionarissen moet worden gemaakt niet past bij ongerichte uitlokking. Het is volgens hem passender om de waarborg te vinden in de wijze waarop het lokmiddel wordt ingezet.

Uitlokkende werking

Volgens Knigge moet het aannemelijk zijn dat van het plaatsen van de lokfiets geen uitlokkende werking is uitgegaan. Dit is een objectieve kijk op het Tallon-criterium. Knigge besteedt vooral aandacht aan het feit dat de fiets niet op slot was gezet. Dit rijmt niet met wat hij het ‘Groningse criterium’ noemt: de lokfiets zou niet van andere fietsen moeten verschillen. Lokmiddelen worden namelijk ingezet op plaatsen waar bepaalde vormen van criminaliteit veelvuldig voorkomen. Het doel hiervan is de bestrijding van de aldaar veelvuldig voorkomende criminaliteit. Als het lokmiddel de situatie ter plaatse niet wezenlijk verandert - hetgeen het geval is als het lokmiddel niet afwijkt van wat ter plaatse normaal aan objecten aanwezig is - kan niet gezegd worden dat het plaatsen van het lokmiddel het gedrag van de dader aanmerkelijk heeft beïnvloed, aldus Knigge. Het is dan namelijk min of meer toevallig, als de dader zich aan het lokmiddel vergrijpt en niet aan het object van een willekeurige derde. Dit is anders als het lokmiddel wel een afwijking van de gewoonlijke situatie meebrengt, omdat zo de politie als het ware de dief maakt. In zo’n situatie bestrijdt de politie dus niet criminaliteit die veelvuldig ter plaatse voorkomt en kan het politieoptreden haar rechtvaardiging daar ook niet meer in vinden. De objectieve waarborgen die worden gegeven voor de inzet van het lokmiddel moeten practical and effective zijn. Het moet niet aannemelijk zijn dat betrokkene tot andere handelingen is gebracht dan waarop zijn opzet reeds was gericht. Het moet aannemelijk zijn dat van het plaatsen van de lokfiets geen uitlokkende werking is uitgegaan.

De politie maakt een dief

In casu ging het om een fiets die én niet op slot stond én op een opvallende plek, namelijk ter hoogte van de kaartjesautomaat was geplaatst. Knigge vindt dat, omdat de fiets niet op slot stond, ernstig kan worden getwijfeld of de inzet van de lokfiets aan het Groningse criterium voldeed. Hij vindt dan ook dat de middelen die daarover klagen gegrond zijn. De benadering van Knigge lijkt hier overtuigender dan die van de Hoge Raad. Normaal gesproken staan fietsen niet vlakbij een kaartjesautomaat, in de buurt van de in/uitgang van een station en normaal gesproken komt het al helemaal zelden voor dat fietsen niet op slot worden gezet, laat staan op een treinstation, waar fietsendiefstal een veelvoorkomend probleem is. Daarom klopt het dat de politie zo een dief maakt, want de drempel die men moet nemen om een fiets te stelen die op slot staat, tussen andere fietsen is hoger dan de drempel die men over moet om een fiets die toch al niet op slot staat in de buurt van de in/uitgang te stelen. Voor de Hoge Raad maakt het schijnbaar niet uit of een fiets wel of niet is afgesloten (of tegen een kaartjesautomaat is geplaatst). Was de fiets wel afgesloten en op een gangbaardere plaats geplaatst, dan zal het oordeel van de Hoge Raad wel overtuigend zijn, omdat dan inderdaad niets anders is gedaan dan een fiets plaatsen op een plaats waar veel fietsen worden gestolen, om vervolgens af te wachten of de fiets wordt gestolen.

First offender

Knigge besteedt ook aandacht aan het verweer dat de verdachte een first offender is (voor fietsendiefstal), waardoor een al bestaand opzet onwaarschijnlijk is. Hiernaast vindt hij trouwens dat recidivisten ook niet mogen worden uitgelokt, omdat het recht gebaseerd moet blijven op de wellicht weinig realistische gedachte dat ook een hardnekkige recidivist zijn leven kan beteren. ‘Eens een dief, altijd een dief’ is geen rechtsbeginsel (HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers (Lokfiets-arrest), conclusie A-G Knigge, onder 20). Volgens Knigge is het beroep op uitlokking door het Hof ontoereikend weerlegd.

Algemene informatie lokmiddelen

Meer informatie over lokmiddelen vind je hier. Zie ook het lokauto-arrest.