De rechtspositie van tbs'er bij verlof

Beklag intrekken tbs verlof of tbs proefverlof

Als een tbs-gestelde wil klagen over het intrekken van zijn verlof, kan hij dit doen via art. 56 lid 2 sub a BVT. Via deze bepaling kan namelijk worden geklaagd over 'de intrekking van verlof als bedoeld in artikel 50, derde lid, indien het verlof op het moment dat het wordt ingetrokken een aaneengesloten periode van meer dan een week heeft geduurd.' Wil een tbs-gestelde klagen over het intrekken van zijn proefverlof, dan kan worden geklaagd via art. 56  lid 2 sub b BVT. Geklaagd kan worden over intrekken van het proefverlof om dezelfde redenen als voor het intrekken van het hierboven genoemde verlof.

Beklagcommissie intrekken tbs verlof

Het beklag kan worden gedaan bij de beklagcommissie die wordt gevormd uit de commissie van toezicht die aan iedere inrichting is verbonden. De commissie bestaat uit drie leden, bijgestaan door een secretaris. Een lid mag niet deelnemen aan de behandeling van een klaagschrift, 'indien hij heeft bemiddeld ter zake van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft, of daarmede op enige andere wijze bemoeienis heeft gehad'.

Beklagprocedure

De beklagprocedure wordt geregeld in art. 60-66 BVT. De klager en het hoofd van de inrichting worden in de gelegenheid gesteld om opmerkingen over het klaagschrift te maken. Het is mogelijk voor de klager om zich te laten bijstaan door een advocaat of andere vertrouwenspersoon, die daartoe van de beklagcommissie toestemming heeft gekregen. Als de voorzitter van mening is dat de klacht zich leent voor bemiddeling, dan kan hij de behandeling van het klaagschrift uitstellen. De beklagcommissie doet binnen vier weken nadat de klacht is ingediend of de bemiddeling is besloten uitspraak.

Oordeel beklagcommissie

Art. 66 BVT geeft regels omtrent het oordeel dat de beklagcommissie moet vellen. Als de beklagcommissie a. van oordeel is dat de beslissing in strijd is met een van de in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of b. een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag of bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk. In dat geval kan de beklagcommissie het hoofd van de inrichting opdragen om een nieuwe beslissing te nemen, haar uitspraak in de plaats stellen van de vernietigde beslissing of volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.

Beroep tegen oordeel beklagcommissie

Tegen de beslissing van de beklagcommissie kan door de klager of het hoofd van de inrichting beroep worden ingesteld bij de beroepscommissie uit de sectie terbeschikkingstelling van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (art. 67 BVT). Deze kan de uitspraak van de commissie bevestigen of na vernietiging van die uitspraak een andere beslissing geven.